Spelregels en puntentelling van bowlen

Spelregels

Een partijtje bowlen bestaat uit tien frames (beurten) per speler. Elke speler krijgt per frame twee kansen om alle pins, ook wel kegels genoemd, om te gooien. Wanneer alle pins in de eerste worp omver worden gegooid spreekt men van een strike. Wanneer dit in de tweede worp gebeurt spreek je van een spare.

Wanneer het een speler niet lukt om binnen deze twee beurten alle tien de pins omver te gooien spreekt men van een open frame.

Gooit een speler in het tiende frame een spare, dan krijgt hij nog een laatste kans om de bonuspunten uit het laatste frame te innen.

Gooit een speler in het tiende frame een strike, dan krijgt hij nog twee extra laatste worpen.

De winnaar is de speler welke na de tien frames de meeste punten en eventuele bonuspunten heeft gescoord.

Eisen van het materiaal

  • Een bowlingbal mag maximaal 7,2 kilo wegen en een omtrek hebben van 21,7 centimeter.
  • Een bowlingbal heeft drie gaten, waarmee de bal vastgehouden wordt. Een voor de duim, een voor de middelvinger en een voor de ringvinger.
  • Een bowlingbaan is 105 centimeter breed en heeft een lengte van 18,3 meter. De lengte van de baan wordt gemeten vanaf de beginlijn tot en met de eerste pin.
  • De pins staan in een driehoeksvorm op het uiteinde van de bowlingbaan, met een pin voorop. Daarachter staan er twee, de derde rij heeft er drie en de vierde rij heeft vier pins.
  • De pins zijn 38,1 centimeter hoog.

Puntentelling

Tegenwoordig gaat de puntentelling van bowlen meestal automatisch en werkt als volgt.

Elke omgevallen pin is goed voor 1 punt. Daarnaast zijn er bonuspunten te scoren wanneer strike of spare behaald wordt.

Wordt er een strike gegooid, verdient de speler tien punten, met daarbij opgeteld de punten van het eerstvolgende frame. Deze punten tellen pas mee nadat het volgende frame gespeeld is. Dit telt zich bij elke achtereenvolgende strike op tot een maximale score van dertig punten.

Wordt er een spare gegooid, verdient de speler eveneens tien punten. Daarbij krijgt de speler een maal bonuspunten uit het volgende frame.

Wordt er een open frame gegooid, dan krijgt de speler enkel de punten welke in dat frame gescoord zijn.

De maximaal te behalen score per potje is dus 300 punten. Dit betekend dus dat er twaalf strikes achter elkaar zijn gegooid. Dit wordt een ‘perfect game’ genoemd.

Om een eerlijk verdeelde wedstrijduitslag te krijgen, wordt ook wel van een zogenaamde handicap gebruik gemaakt. De precieze regels worden per club of toernooi, voorafgaand aan de wedstrijd vastgelegd. Deze kunnen dus per keer verschillen. Het wordt echter altijd berekend met een percentage tussen het verschil van de gemiddelde score en de eigen score, over een aantal frames dan wel wedstrijden.